Morgen

Mirjam
24 april 2017

“Vandaag is de koning jarig.”
“Niet, dat is donderdag pas.”
“Maar vandaag is het toch morgen? En morgen is de koning jarig!”
“Vandaag is het zaterdag. De koning is donderdag jarig.”

Het is niet de eerste keer dat we de discussie over ‘morgen’ voeren. Waar zijn zus al heel snel door had welke dag het ‘vandaag’ is en wat ‘morgen’ inhoud, lijkt S het niet te vatten. Regelmatig vraagt hij of het al morgen is. En daarmee bedoelt hij niet het dagdeel, maar de dag. Dat er ook een dagdeel is dat ‘morgen’ genoemd wordt maakt dat er natuurlijk ook niet makkelijker op…

Zaterdag was het weer zover. De dag er voor waren de Koningsspelen en sindsdien is S geobsedeerd door ‘de verjaardag van de koning’. Dat ik heb verteld dat ze woensdag met papa hun fiets kunnen versieren heeft daar waarschijnlijk aan bijgedragen. Hij heeft er zoveel zin in, dat hij niet kan wachten. En op de een of andere manier denkt hij dat het feest morgen al begint…

“Vandáág is de koning jarig. Want morgen is de koning jarig, en vandaag is het morgen.”
“Nee, de koning is donderdag jarig. Vandaag is het zondag.”

… Dit belooft een lange week te worden… 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *